Hoe verandering wel lukt.
Waarom geen enkel framework de drager van een verandering is, en wat dan wel.
Waarom geen enkel framework de drager van een verandering is, en wat dan wel.
Over verandering is veel wijsheid te vinden. Changemanagement, trajecten, frameworks, alles wat je maar kunt bedenken. Toch is dat niet wat een verandering doet slagen.
De randvoorwaarden moeten kloppen; dat wel. Een wijziging moet acceptabel zijn. Ze moet realistisch zijn. Mensen moeten meegenomen kunnen worden. Belangrijke zaken, maar het zijn voorwaarden, geen motor. Het is de auto: zonder rijdbare auto kom je nergens. Maar een auto zonder motor blijft staan. Op een helling rolt hij een stuk; ver komt hij niet.
Grof gezien zijn er twee soorten verandering. De ene overkomt je; ze gebeurt of je het wilt of niet. De andere wil je zelf, om ergens te komen; en die moet gedragen worden. Alleen de tweede is een echt vraagstuk; ze loopt op één ding, of het iemand genoeg boeit.
Soms verandert er iets zonder dat iemand het trekt. Niet omdat mensen het zo graag willen, maar omdat het zo makkelijk is dat er geen weerstand is. De goede keuze is ook de makkelijkste; dan kiest iedereen haar vanzelf. Denk aan hoe AI ineens door iedereen gebruikt wordt. Niemand hoefde geduwd te worden; het was de weg van de minste weerstand.
Het bedrijf koos hier niet voor. Het moest mee, met zijn mensen en met de tijd. Daar zit ook het risico. Omdat niemand stuurt, gebeurt het of het je uitkomt of niet. Mensen pakken het op voordat je het op orde hebt; dan ren je achter je eigen mensen aan in plaats van ze mee te nemen. Je moet als bedrijf veranderen om ze bij te houden, niet andersom.
Zulke verandering hoef je niet te dragen; ze draagt zichzelf, en sleept jou mee. De rest van dit verhaal gaat over de andere soort: de verandering die je wél moet dragen.
Deze gebeurt niet uit zichzelf. Je wilt ergens komen, en de weerstand is reëel; dus moet iemand die drive leveren. Een interne kampioen. Iemand die de verandering zó sterk wil dat de rest niet kan weigeren mee te gaan.
Dat is de motor. De randvoorwaarden zijn de auto; de kampioen is wat hem laat rijden. En het systeem is zijn gereedschap. Een proces dat de goede route afdwingt, verlaagt de weerstand zo ver dat de drive van één persoon genoeg is om het hele ding mee te trekken. De motor levert de kracht; het ontwerp zorgt dat die kracht volstaat.
Daarmee kun je jezelf bij elke verandering één vraag stellen. Is er iemand die hiervoor naar de hel en terug wil gaan? Iemand die zijn gewicht erachter gooit en niet opgeeft tot het gelukt is?
Is het antwoord geen volmondig ja, dan zijn er twee opties. Die persoon vinden. Of die persoon maken; zorgen dat het iemand genoeg gaat schelen. Lukt geen van beide, dan gaat het waarschijnlijk niet lukken.
In de praktijk ligt het er vaak tussenin. Het boeit sommigen wel en anderen niet. De kunst zit dan in genoeg mensen genoeg laten schelen; net zo lang tot er een motor staat die de auto trekt.
Dwang lijkt de uitzondering. Een boete, een toezichthouder; de organisatie wil niet, en toch verandert er iets. Maar de dwang doet het werk niet zelf; de pijn maakt dat het iemand gaat schelen, en daar staat de kampioen op.
Zie e-facturatie in België. Nu het verplicht is, staan de kampioenen ineens op; iedereen wil zijn verkoopfacturatie op orde hebben. De pijn is acuut, dus het gaat schelen. En zie CSRD. Zolang het moest, stond het overal op de agenda; nu de druk wegvalt, hoor je er niets meer over. Niemand had het echt overgenomen.
Verdwijnt de pijn zonder dat iemand het overnam, dan zakt de verandering terug. Vorm zonder inhoud.
Je krijgt iets pas echt voor elkaar met iemand, of een groep, die deze verandering op dat moment liever wil dan wat dan ook. Iemand die zich volledig eigenaar voelt. Verantwoordelijk. Die zich net zo teleurgesteld zou voelen als het niet lukt.
Zoek die persoon, of word het zelf. Want als het niemand boeit, en je krijgt het ook niet aan het boeien; waarom zou je het dan doen?